Datamodel OSLO openbaar domein voor GIS-inventarisatie in Tielt

De stad Tielt is dit voorjaar begonnen met een project rond groeninventarisatie. Los van de inventarisatiemethode en de taakverdeling, bleek al gauw dat het eerste knelpunt in feite het conceptuele aspect was, namelijk het bepalen en omschrijven van te inventariseren objecten, hun onderlinge relaties en eenduidige definities. Eind 2018 werd ‘OSLO openbaar domein’ door het Stuurorgaan Vlaams ICT-beleid erkend als vrijwillig toe te passen datastandaard. Door hiervan te vertrekken kon de stad zichzelf meteen een heel pak denkwerk besparen en meteen aan de slag gaan.

 

De aanleiding in Tielt was de vraag naar een analyse van het potentiële groene speelweefsel in de stad. De stad wil deze legislatuur werk maken van meer groene speelzones en de eerste vraag die daarbij gesteld wordt, is uiteraard waar er geschikte locaties zijn. De groendienst, die het feitelijke inventarisatiewerk zal doen, zag in het opmaken van een inventaris meteen ook kansen naar toekomstig groenbeheer en ook de dienst ruimtelijke planning was vragende partij voor een concreet instrument ter ondersteuning van het ruimtelijk beleid.

Om te bepalen wat er precies geïnventariseerd zou worden, werd de objectcatalogus van OSLO openbaar domein erbij gehaald. In eerste instantie wou men een zeer algemene inventarisatie doen van alle groenzones die door de stad beheerd worden. Op die manier krijgt de stad relatief snel al een eerste overzicht van haar openbaar groen en kan ook de analyse van het potentieel speelweefsel al starten. De verdere detaillering van deze generieke zones kan dan in een latere fase gebeuren, eventueel ook door personen die de terreinsituatie niet uit het hoofd kennen, maar wel gericht op het terrein kunnen gestuurd worden. Opnieuw tijdswinst dus.

Het idee om te vertrekken van generieke zones kreeg vorm na o.a. een analyse van de ervaringen van de stad Antwerpen (met dank aan Joke Van De Maele – nvdr). Antwerpen heeft de voorbije jaren geïnvesteerd in een zeer uitgebreide groeninventaris. Bij gebrek aan een datastandaard, werd er destijds vertrokken van een zelf uitgedachte structuur die door voortschrijdend inzicht regelmatig bijgestuurd moest worden, met de nodige praktische problemen van dien. Vooral het aansturen van de landmeters op het terrein en het tijdsrovende conceptuele denkwerk had veel efficiënter kunnen verlopen indien er een kant-en-klaar datamodel voorhanden was geweest. Intussen is de afgewerkte inventaris voor een groot stuk OSLO-conform gemaakt en raadpleegbaar voor het brede publiek.

Eenvoudige start

Antwerpen had voor dit project uiteraard het nodige budget voorhanden, en vooral ook de mankracht met een uitgebreide expertise rond zowel groenmanagement als GIS en databeheer. Maar wat Antwerpen kan, is – alle verhoudingen in acht genomen en mits de juiste keuzes en een doordachte aanpak – ook mogelijk in kleinere lokale besturen. De start in Tielt was heel eenvoudig. Er werd in QGIS een project opgezet met volgende zaken:

  • Shapefile voor het intekenen van OSLO-object ‘groenzone’. De minimale attributen werden voorlopig enkel aangevuld met een vrij veld voor opmerkingen. De OSLO-attributen kunnen trouwens steeds aangevuld worden met extra velden naar eigen goeddunken.
  • WMTS van orthofoto, GRB en OpenStreetMap
  • Enkele GRB-entiteiten waarop snapping geactiveerd werd: adp-percelen (actuele versie), Wli (longitudinale weginrichtingen) en Wgo (wegopdelingen)
  • Gemeentegrens

Deze generieke inventarisatie wordt uitgevoerd door de groendienst zelf (desktopwerk), op basis van eigen terreinkennis. In een tweede fase wordt op dezelfde manier het bestaande speelweefsel gekarteerd. Hiervoor zal de objectcatalogus terreindelen het vertrekpunt zijn (bv. recreatieve ruimten > speelterreinen). Op dezelfde manier kunnen andere objecten voor de verdere detaillering van de groenzones uit de catalogus gepikt worden (bv. uit de objectcatalogus vegetatie-elementen en de objectcatalogus begroeid voorkomen).

Boomstructuur OSLO objectcatalogus terreindelen

Een gat in de markt?

Merk op dat OSLO een conceptueel datamodel is en geen uitgewerkte databank op zich. Er zijn dus geen modelshapefiles of modeldatabank beschikbaar. Het staat elke gemeente vrij om zelf een databankformaat te kiezen en het ontbreken van best practices hierrond verhoogt voor de meeste lokale besturen de drempel om ermee aan de slag te gaan. Met de voorbeelden van Antwerpen en Tielt willen we daarom de discussie in gang zetten om ook de ervaringen van andere lokale initiatieven te verzamelen en te vergelijken.

In deze rudimentaire fase wordt er in Tielt voorlopig gewerkt met een eenvoudige shapefile op een lokale laptop, maar op termijn is het wenselijk om te werken in een databank. Hiervoor lijkt momenteel de Geopackage een geschikt en laagdrempelig formaat om te gebruiken in QGIS (met dank aan Reginald Carlier van Ingelmunster voor de tip – nvdr). In een volgende blog gaan we dieper in op de voordelen hiervan t.o.v. shapefiles, en op de mogelijkheden voor OSLO-conforme inventarisaties op het terrein met de QField-app.

Antwerpen (en binnenkort ook Brugge) bouwen hun OSLO-databank dan weer op in een Oracle Spatial-databank, via de softwaretool van Geovisia. Het aanleveren van een kant-en-klare OSLO-conforme databank is trouwens iets wat voorlopig nog geen enkele dienstenleverancier in Vlaanderen aanbiedt, o.a. bij gebrek aan vraag vanuit gemeenten. Nu meer en meer gemeenten de voordelen van OSLO beginnen in te zien, is dit mogelijks een gat in de markt.

Nvdr: op woensdag 24/4/2019 is er een demo van Geovisia in het stadhuis van Tielt (10u). Voor meer info en om eventueel aan te sluiten, graag een seintje w.verhelst@wvi.be, 0476 78 73 22.

Powered by WPeMatico